Anders denken over Energiegebruik ?

Eigenlijk is het Nederlandse energie-gedrag wel een beetje vreemd.

Tot de vroege jaren 1970 waren isolatie en energiebesparing in Nederland géén item; wij hadden kolen in Limburg, Gas onder Groningen en olie in overvloed onder Drenthe, de prijzen daarvan waren niet overmatig hoog, dus waarom zou je duur geld investeren in isolatie en kierdichting ?
Totdat in 1973 de sjeikhs de oliekraan dichtdraaiden en de olieprijs – en de daaraan gekoppelde gasprijs – door het plafond schoot; dat deed pijn in de portemonnaie en ineens werd Nederland wakker !

Nederland accepteerde – zij het schoorvoetend, het kostte immers geld – de noodzaak tot isoleren en kierdichten en verankerde die in de Bouwverordeningen.
Zeker de eerste decennia stelde dat allemaal nog niet zo veel voor, eerst bij het Bouwbesluit 1992 werd er serieus werk van gemaakt en zocht men aansluiting bij de ervaringen in onze buurlanden, in de verwachting dat in de loop der tijd de regels over heel Europa op een gelijk niveau zouden worden gebracht.

En Nederland zou Nederland niet zijn als die extra kosten en inspanningen niet zouden worden verkocht onder het mom van “wij helpen u geld besparen”, maar IS dat ook zo ?
Natuurlijk niet, hoe geloofwaardig is het dat de slager u vertelt dat u minder vlees moet eten ?
Van elke euro die u voor uw energie betaalt gaat meer dan de helft naar de staatskas !

Let’s face it, energiebesparing gaat primair om behoud en herstel van de kwaliteit van onze leefomgeving.

Energiebesparing wordt bovendien verkocht onder het mom dat er energie-schaarste zou zijn en ook dát is een fabeltje, immers krijgen wij iedere dag opnieuw tot 10x zo veel (zonne)energie over ons uitgestort als wij nodig hebben en ook de fossiele brandstoffen zijn bij lange na niet op.
Er is dus helemaal geen energietekort, het kost ons alleen steeds meer om fossiele energie te winnen, het gebruik ervan is vervuilend en het alternatief krijgen wij op het verkeerde moment en in een vorm waarin wij er niet direct veel mee kunnen !
Overheid en industrie hebben dat uiteraard prima in de gaten en realiseren zich ter dege dat hier enorme commerciële kansen liggen, mits ze het publiek – U dus – er van kunnen overtuigen dat energiebesparing heel erg nodig is.
Energiebesparing gaat dus secundair gewoon over geld verdienen, úw portemonnaie is echt niet meer dan een bijzaak !

Is dat erg ?
Nee, zolang je er maar open en eerlijk over bent in je voorlichting.

Moeten we dan maar gewoon tochtige en ongeïsoleerde gebouwen blijven maken ?
Nee, dat nou ook weer niet, maar je moet de investeringen die je doet in energiebesparing wel in het juiste perspectief zetten, zodat je er de juiste verwachtingen bij hebt en ook tevreden kunt zijn als het financiële resultaat niet zo goed is als je had verwacht.
Energiebesparing levert naast lagere stookkosten namelijk ook meer wooncomfort, een betere toekomstwaarde van je vastgoed, minder afhankelijkheid van buitenlandse olie- en gasmannetjes en – niet te vergeten – een gezonder klimaat op.

Reeds bij de introductie van het eerste Bouwbesluit in 1992 werd vastgesteld dat in 2020 de gehele nieuwbouw-productie energie-neutraal zou moeten zijn en werden de successievelijke verlagingen van de EPC alvast voorgeprogrammeerd, opdat marktpartijen zich tijdig zouden kunnen voorbereiden op dit nieuwe paradigma.
Helaas moet ik vaststellen dat pas sinds de verlaging van de EPC naar 0,6 écht werk wordt gemaakt van de ontwikkeling en introductie van nieuwe “schone” producten en technieken, tot die tijd werd die noodzaak kennelijk nog niet echt gevoeld.

Dus vanaf 2020 moeten we allemaal aan het “passief-huis” ?
Tja, dat kan natuurlijk, maar om alle bestaande gebouwen aan te passen aan de passiefhuis-standaard is een klus die decennia kost en schier onbetaalbaar is.
Maar eenmaal wij “van het gas af gaan”, zullen wij ook op een andere manier naar onze constructies en installaties moeten gaan kijken.
Er is een fysieke en financiële grens aan de hoeveelheid isolatie die wij in onze gevels en daken kunnen stoppen, zeker op onze krappe kavels, waar iedere centimeter binnenruimte telt.
Het is dus zoeken naar een geschikte balans tussen enerzijds investeren in isolatie en kierdichting en anderzijds in “schone” energiebronnen.
Gelukkig hoeven we dat niet allemaal zelf uit te dokteren, want in de landen om ons heen hakken ze al veel langer met dit bijltje, dus kunnen we – geheel in lijn met het Europese gedachtengoed – gewoon over de schutting kijken hoe de buurman het oplost !

Maar misschien moeten we er toch ook eens op een andere manier naar gaan kijken : als de energie die uw huis gebruikt on-site “schoon” wordt geoogst en het gebruik ervan geen invloed heeft op ons milieu, wat maakt het dan nog uit hoe veel energie u gebruikt ?
Die gedachtengang zou ruimte laten voor wat minder kostbare isolatie en dát komt Uw portemomaie wel ten goede !

Ook dan nog blijft van belang om goed na te denken over de ecologische footprint van bouwmaterialen, zonnepanelen en warmtepompen.
Maar het is wel een prikkelende gedachtengang, nietwaar ?

Cross Laminated Timber

Cross Laminated Timber – ook wel Brettsperrholz, Kreuzlagenholz of Kruislaaghout genoemd – is opgebouwd uit houten latten, die meestal kruislings zijn verlijmd tot panelen die qua afmetingen kunnen oplopen tot 22 x 3,5 meter en ruim 40 cm dik.
Het wordt vooral in Duitsland, Oostenrijk en Scandinavië geproduceerd uit locaal geproduceerd hout – meestal vuren – afkomstig uit FSC® en PEFC beheerde bossen, een CO2-neutrale, hernieuwbare grondstof.

Een aantal specifieke eigenschappen maakt het tot een interressant alternatief voor beton-, baksteen- en/of houtskeletbouw :

  • CLT is een massief product; afgewerkt met pleisterwerk is een CLT-muur nauwelijks te onderscheiden van een stenen muur wat vooral veel Nederlanders een beter gevoel geeft dan een holle houtskelet-wand.
    Die afwerking is overigens niet persé nodig, je kunt CLT ook prima onafgewerkt toepassen en alsdan geeft het een warme sfeer in de ruimtes.
  • CLT biedt net als prefab beton-elementen constructieve schijfwerking; elk onderdeel – van gevel tot separatiewand – kan als dragend of stabiliteit-gevend element worden ingezet en overspanningen zijn van het zelfde materiaal.
  • CLT is met ca. 450 kg/m³ minstens 80% lichter dan beton, waardoor de fundering lichter kan zijn en vloerelementen dunner zijn dan een betonvloer op vergelijkbare overspanning.
    Door de grote element-afmetingen kun je de vloerplaten over meerdere steunpunten laten doorlopen, dat geeft meer stijfheid en samenhang in je gebouw en ook hierdoor zal de vloerplaat minder dik uitvallen, wat meer verdiepinghoogte en/of meer leidingruimte mogelijk maakt.
  • CLT wordt op maat gefabriceerd en door CNC-gestuurde machines zodanig bewerkt dat de onderdelen met een tolerantie van maar ± 1 mm op elkaar aansluiten; daardoor kan een CLT-casco direct na montage en zonder verdere nabewerkingen luchtdicht zijn.
  • Montage gaat razendsnel; elementen zijn meestal niet zwaarder dan 2.000 kg, kunnen met de op de leverwagen gemonteerde kraan direct vanaf de wagen in het werk worden geplaatst; een gemiddeld woning-casco kan al in een dag worden opgebouwd.
    Tijdelijke ondersteuningen zijn slechts in beperkte mate noodzakelijk en kunnen direct na de montage weer worden verwijderd, waardoor alle ruimtes direct voor nadere afwerking beschikbaar komen.
    En uiteraard zijn er geen wachttijden voor droging en verharden, je kunt dus direct na montage doorgaan met de volgende bewerkingen.
  • CLT maakt installatiewerk een stuk gemakkelijker; je hebt geen pluggen nodig, maar kunt alles simpel vastschroeven, dat scheelt een hoop tijd.
    Bovendien kunnen inbouwbozen, sparingen en leidingsleuven al bij de fabricage CNC-gestuurd worden aangebracht, wat de installatietijd nog verder beperkt en stofproductie op de bouw voorkomt.
  • CLT-constructies zijn brandveilig.
    Het lijkt onwaarschijnlijk, maar een gelijmd houten constructie is – mits goed gedimensioneerd en gedetailleerd – zeer brandveilig.
    Bij brand zal zich op de buitenzijde van het hout een houtskoollaag vormen die verder inbranden voorkomt c.q. vertraagt, waardoor een houten structuur langer stand houdt dan een structuur van staal of zelfs beton.
  • CLT-constructies zijn aardbevingsbestendig.
    Een CLT-casco is door de inherente flexibiliteit van het basis-materiaal en de schijfwerking van de diverse onderdelen veel beter bestand tegen de krachten die vrijkomen bij aardbevingen dan een steenachtige constructie. Bovendien zijn de onderdelen lichter, waardoor ze in geval van aardbevingsbelasting anders reageren dan steen en beton.In Nederland speelden deze overwegingen tot voor kort geen rol, maar de steeds frequenter optredende bevingen in Groningen maken dat CLT voor toepassing in die provincie steeds nadrukkelijker een overweging waard is.
  • CLT-constructies zijn energie-besparend en comfort-verhogend.
    Hout kan relatief veel energie opnemen, waardoor het bij een gevel opgebouwd uit CLT + houtvezel-isolatie langer duurt voordat (zonne)warmte er doorheen dringt.Als je de gevel goed dimensioneert, kun je die doorgangstijd rekken naar 10-12 uur, waarmee je de gratis warmte van overdag ’s nachts pas binnen krijgt en het uitstralen van nachtwarmte door zonbestraling overdag wordt gestopt; zo maak je optimaal gebruik van “passieve” energie én blijft het gebouw in de zomer binnen langer koel.
    Er worden zelfs gevel-elementen gemaakt die bij een dikte van 364 mm zonder toegevoegde isolatie (!) voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit.

Het acoustisch gedrag van een houten casco wordt door veel mensen ook prettiger gevonden dan dat van een bakstenen- of betonnen casco.
Vooral de nagalmtijd is in een houten casco korter, wat zeker bij de hedendaagse “harde” afwerkingen een voordeel is, en ook geluid van buiten wordt goed gedempt.

Niet direct meetbaar, maar wel alleszins van belang is het feit een houten omgeving van nature vochtregulerend is en een rustgevend effect heeft op mensen.
Veel mensen ervaren dan ook het binnenklimaat in een CLT-casco als prettiger dan het binnenklimaat in een huis van baksteen of beton.

  • CLT is optimaal herbruikbaar.
    Eenmaal een CLT-gebouw aan het einde van zijn levensduur is, kun je het weer in de oorspronkelijke onderdelen demonteren.
    Eventuele sparingen kunnen met een nieuw stuk CLT worden dichtgezet en nieuwe sparingen kunnen met behulp van een cirkelzaag eenvoudig worden gemaakt, waardoor je de panelen zonder recycling kunt hergebruiken om er een nieuw gebouw van te maken.

Kortom : CLT laat zien hoe je een hernieuwbare grondstof optimaal toepast; het koppelt CO2-opslag aan circulair gebruik, een mens-vriendelijke gebouwde omgeving en supersnel bouwen.

Is het daarmee het antwoord op al onze bouw-vragen ?
Natuurlijk niet ! Iedere bouw-opgave vraagt zijn eigen oplossingen, maar CLT verdient daarin zeker meer aandacht dan het tot nu toe krijgt.

Meer weten over de vele mogelijkheden van dit eco-vriendelijke materiaal ? Bel even, of gebruik het contact-formulier.